Home VoorstellingStageklassenLeerpunt Leerplan ReflectieverslagenHandelingsonderzoekZoeken

Eindreflectie

Bij het opmaken van de eindreflectie met betrekking tot het keuzevak ‘Portfolio’ wens ik aandacht te besteden aan wat ik bereikt heb op het gebied van enerzijds mijn leerpunt en anderzijds ICT-vaardigheden. Gezien het samenstellen van een elektronisch portfolio een onderdeel is van het keuzevak ‘Portfolio’ is het ook belangrijk om de vorderingen op dit laatste gebied te evalueren.

  1. Eindreflectie met betrekking tot het creëren van een positief leefklimaat

    1. Wat wilde ik bereiken?

Bij het zoeken naar een leerpunt tijdens het evalueren van mijn eerste stagelessen ontdekte ik dat ik het moeilijk had op ogenblikken dat leerlingen niet meer luisterden naar mij of naar elkaar en dat ze met hun buurman/vrouw aan het praten gingen. Deze problematiek sluit in het algemeen aan bij de door de Vlaamse Regering bepaalde competentie van de leraar als opvoeder en meer in het bijzonder bij de onder deze competentie bepaalde vaardigheid ‘Samen met het schoolteam een positief leefklimaat creëren voor de leerlingen in klasverband en op school’. Door mij te focussen op dit leerpunt en de oorzaken van dit probleem aan te pakken wilde ik bereiken dat ik de leerlingen kan motiveren om naar mij te luisteren, om naar elkaar te luisteren en om hun de gevraagde opdrachten op een juiste manier uit te voeren.

Terug naar boven

    1. Wat heb ik geleerd en bereikt?

Bij het ontwikkelen van mogelijke acties om aan mijn leerpunt te werken ontdekte ik dat het zeer nuttig was om eerst te analyseren wat er fout liep en om de oorzaken van het probleem op te sporen. Deze oorzaken droegen dan ook bij tot het formuleren van verschillende als-dan’netjes. De meeste van de acties, die ik ontwikkelde, kon ik ook effectief uitproberen in de verschillende stageklassen. Met betrekking tot de resultaten kan worden gesteld dat de meeste acties succesvol waren. Toch moet hierbij worden opgemerkt dat niet alle acties even efficiënt zijn in alle klassen. Hierbij denk ik aan de actie, waarbij ik in de klas 6 TSO Handel had meegedeeld hoe storend het was dat ze tijdens een vorige les voortdurend praatten. Dit had ik ook willen meedelen in de klas 6 TSO Lichamelijke Opvoeding-Sport C, maar mijn mentor heeft me daarvan weerhouden. Hij stelde expliciet dat deze leerlingen daar niet voor openstaan.

Verder wijst analyse van de acties uit dat deze acties nagenoeg op de één of andere manier bijna allemaal betrekking hebben op “aandacht hebben voor de leerlingen”. Ter verduidelijking:

  • wanneer je meedeelt aan leerlingen dat het storend was dat ze tijdens een vorige les aan het praatten gingen, dan wek je de indruk dat je ook met hen bezig bent geweest;
  • als je tijdig ingrijpt of wanneer je stemintonatie gebruikt tijdens het lesgeven, dan laat je blijken dat je oog hebt voor hen, want je reageert onmiddellijk wanneer iets niet naar wens verloopt;
  • als je de leerlingen voortdurend bij je les betrekt door ze voortdurend zelf de redenering te laten maken, dan hebben ze het gevoel dat je in hen geïnteresseerd bent;
  • als je het lestempo en het niveau van de leerstof aanpast aan de leerlingen, dan hou je rekening met hen en heb je dus aandacht voor hen;
  • als je inductief te werk gaat door te vertrekken van het concrete dat aansluit bij hun leef- en ervaringswereld, dan laat je merken dat je oog voor ze hebt;
  • als je niet voortdurend naar je papieren moet kijken die je in je hand houdt, dan kun je meer aandacht hebben voor de leerlingen;
  • het plaatsen van naambordjes zorgde ervoor dat ik niet moest nadenken over de namen van de leerlingen en dat ik aandacht kon hebben voor wat de leerlingen zegden of deden
  • en aandacht hebben voor de visie van de leerlingen spreekt voor zich.

Wanneer we rekening houden met het onderzoek van Fuller en Brown (1995), waaruit is gebleken dat de bekommernissen van beginnende leraren te verklaren zijn vanuit de drie fasen die iedere leerkracht moet doorlopen – de overlevingsfase, de fase van bekommernis om de leertaken en tenslotte de fase van bekommernis om de leerlingen –, dan kunnen we besluiten dat de leerkracht die zich in deze laatste fase bevindt er het beste in zal slagen om een positief leefklimaat te creëren. Hierbij willen we opmerken dat één van de acties was “aandacht hebben voor de visie van de leerlingen”. Echter, voorgaande vaststelling leidt tot het besluit dat je niet alleen voor de visie van de leerlingen aandacht moet hebben, maar voor alles wat met de leerlingen te maken heeft, zoals onze vooropgestelde acties uitwijzen. Een leerkracht moet de leerlingen het gevoel geven dat hij of zij geïnteresseerd is in de leerlingen. Dankzij het werken aan mijn gekozen leerpunt heb ik dan ook geleerd dat het enorm belangrijk is om aandacht te hebben voor de leerling in zijn geheel. Hierbij wil ik nog opmerken dat deze bevindingen in de lijn liggen van mijn handelingsonderzoek naar de relatie diversiteit en het creëren van een positief leefklimaat: dit onderzoek wees uit dat het belangrijk was om aandacht te hebben aan de persoonlijke leerstijl van de leerlingen, die ook een belangrijke eigenschap blijkt te zijn van de leerlingen.

Vervolgens leerde ik ook dat de leerkracht, die een positief leefklimaat wil creëren, ook aandacht moet hebben voor randvoorwaarden. Zo droegen volgende ontwikkelde acties, die betrekking hebben op een aantal randvoorwaarden, bij tot het ontstaan van een positief leefklimaat:

  • het niet uitdelen van de cursus op voorhand zorgde ervoor dat de aandacht van de leerlingen niet werd afgeleid;
  • het aanpassen van de leerinhouden en didactische werkvormen aan het tijdstip – in dit geval het middaguur (van 11.55 uur tot 12.45 uur) – waarop les werd gegeven, zorgde ervoor dat de leerlingen bleven meewerken tot aan het belsignaal.

Tenslotte kan ik ook stellen dat ik zelf het gevoel heb dat ik enorm snel de eerste twee fasen uit het onderzoek van Fuller en Brown (1995), namelijk de overlevingsfase of ik-bekommernis en de leertaak-bekommernis, heb kunnen doorlopen dankzij het werken aan mijn leerpunt tijdens mijn oefenlessen. Ik kan besluiten dat ik blij ben dat ik meer zelfvertrouwen heb leren ontwikkelen bij het voor de klas staan dankzij dit portfolio en dit door het durven lesgeven zonder voortdurend mijn papieren in handen te houden en door het durven aandacht hebben voor de leerlingen in plaats van altijd aandacht te hebben voor de leerstof en de mogelijke problemen, die zich eventueel zouden kunnen voordoen. Ik ben ervan overtuigd dat al, wat ik in dit portfolio geleerd heb, er toe bij heeft gedragen dat ik mijn stage tot een succesvol einde heb gebracht.

Terug naar boven

  1. Eindreflectie met betrekking tot ICT-vaardigheden

Wat ICT-vaardigheden betreft, kan ik stellen dat ik bij de aanvang van dit portfolio al redelijk ver stond op dit vlak. Ik had al een goede kennis van volgende officeprogramma’s: MS Word, MS Excel, MS Powerpoint, MS Access en MS Visio. Dankzij mijn studies aan de Vrije Universiteit Brussel maakte ik kennis met SPSS en Visual DSS. Een bijzondere uitdaging, die voor mij nog restte op het vlak van ICT, was het ontwikkelen van een eigen website. Toen ik vorig jaar op de Vrije Universiteit Brussel tijdens de infodagen informatie inwon over de lerarenopleiding en hoorde dat ik voor het keuzevak ‘Portfolio’ een website zou kunnen ontwikkelen was ik meteen verkocht. Ik heb dan ook geen seconde getwijfeld om mij in te schrijven voor dit keuzevak. Deze website, ontwikkeld met behulp van dreamweaver, bewijst dat ik dit tot een goed einde heb kunnen brengen. Het ontwikkelen van een website kan ik dus aan mijn lijstje met ICT-vaardigheden toevoegen. Wat het programma dreamweaver betreft, kan ik stellen dat dit een zeer gebruiksvriendelijk programma is. Ik durf mijn supervisor van het keuzevak ‘Portfolio’, de heer Wil Meeus, zelfs volgen in de stelling dat dit programma ‘verslavend’ is.

Terug naar boven

 

©2007

privacy
disclaimer

contacteer de webmaster

Vorige paginaVolgende pagina