Home Voorstelling Stageklassen LeerpuntLeerplan Eindreflectie HandelingsonderzoekZoeken
ReflectieverslagenReflectieverslag van 27.02.2007 Reflectieverslag van 02.03.2007 Reflectieverslag van 07.03.2007 Reflectieverslag van 09.03.2007 Reflectieverslag van 27.03.2007 Reflectieverslag van 17.04.2007

 

Reflectieverslag van 17 april 2007

Mijn laatste oefenles was gepland op 20 april 2007. Echter mijn mentor verwittigde mij ervan op dinsdag 17 april 2007 dat ik op 20 april 2007 geen les zou kunnen geven, omdat de leerlingen van 6 TSO Lichamelijke Opvoeding-Sport A op excursie moesten met een andere leerkracht. 17 april 2007 werd dus mijn laatste oefenles voor mijn examenles van 27 april 2007. Tijdens deze laatste oefenles focuste ik mij op enerzijds op acties die succesvol waren gebleken in deze klas, namelijk:

  • naambordjes gebruiken;
  • lesgeven zonder voortdurend mijn papieren in mijn handen te houden;
  • het lestempo verlagen door geregeld herhaling in te lassen, waarbij de leerlingen de omschrijving van relatief nieuwe begrippen in eigen woorden herhalen;
  • aandacht hebben voor de visie van de leerlingen;
  • het gebruiken van stemintonatie.

Anderzijds focuste ik mij ook op een actiepunt, waar ik het nog steeds moeilijk mee heb, namelijk:

  • het inlassen van een bewuste stilte bij het begin van de les tot ik de aandacht volledig op mij heb gericht.

Ik slaagde erin om bijna al deze acties werkelijk te realiseren: enkel het gebruiken van stemintonatie lukte mij niet. Hierna wordt per actie beschreven wat werd ondernomen en wat het resultaat hiervan was.

  1. Naambordjes gebruiken.

Net als tijdens de vorige les besloot ik om in deze klas naambordjes te gebruiken. Omdat mijn handelingsonderzoek afgerond was, mochten de leerlingen deze keer zelf kiezen waar ze gingen zitten. Dit wel op voorwaarde dat ze – zoals tijdens de vorige les – even goed meewerkten. Tijdens de les merkte ik dat ik de meeste leerlingen al goed bij naam kende, want ik keek nagenoeg niet meer naar de naambordjes. Toch was het goed dat de naambordjes er stonden: het feit alleen al dat ik wist dat ik eventueel kon terugvallen op naambordjes, gaf mij meer vertrouwen en ik moest geen schrik hebben om de naam van een leerling niet meer te weten. Ik zou kunnen stellen dat er dankzij het plaatsen van naambordjes plaats was in mijn werkgeheugen om met andere zaken bezig te zijn dan met het zoeken naar de namen van de leerlingen.

Terug naar boven

  1. Lesgeven zonder voortdurend mijn papieren in mijn handen te houden.

Omdat ik het de vorige keer als positief ervaren had om les te geven zonder voortdurend mijn papieren in mijn handen te houden, besloot ik om deze actie opnieuw in te lassen. Het feit, dat ik zelf had gezorgd voor een logische lesopbouw en deze logische lesopbouw in mijn bordschema had uitgewerkt, droeg er toe bij dat ik het tamelijk gemakkelijk had om les te geven zonder voortdurend mijn papieren in mijn handen te houden. Op deze manier verlaagde ik opnieuw mijn lestempo omdat ik goed moest nadenken voor iedere stap. Bovendien ervoer ik dat ik meer bezig was met de leerlingen. Ik keek niet voortdurend naar mijn papieren, maar wel naar de leerlingen.

Terug naar boven

  1. Het lestempo verlagen door geregeld herhaling in te lassen, waarbij de leerlingen de omschrijving van relatief nieuwe begrippen in eigen woorden herhalen.

Tijdens deze les zorgde ik ervoor dat de definiëring en de verklaring van relatief nieuwe begrippen altijd werden herhaald door de leerlingen in hun eigen woorden. Zo hadden we het deze les over de financieringswinst. Dit is de meeropbrengst, die een onderneming realiseert door het aantrekken van eigen vermogen. Op het bordschema (zie bordschema les 15 en 16) is duidelijk te zien dat je een financieringswinst hebt, wanneer de opbrengst van het vreemd vermogen groter is dan de kost (intrest) van het vreemd vermogen. Het gevolg hiervan is dat de rendabiliteit van het eigen vermogen zal stijgen. Men noemt dit dus een positief hefboomeffect. Om na te gaan of de leerlingen de hierboven aangehaalde redenering begrepen hebben, werd na de introductie van de term ‘positief hefboomeffect’ de vraag gesteld: “Wanneer heb je een positief hefboomeffect?”. De leerlingen moesten toen antwoorden als de opbrengst van het vreemd vermogen groter is dan de kost (intrest) ervan.

Terug naar boven

  1. Aandacht hebben voor de visie van de leerlingen.

Tijdens deze les werd opnieuw gepoogd om aandacht te hebben voor de visie van de leerlingen. Dit was vooral het geval bij het bespreken van de toets over de cash flow. Bij de verbetering van de toets had ik gemerkt dat bepaalde leerlingen zelf het initiatief hadden genomen om bij de evaluatie van de rendabiliteit van het eigen vermogen op basis van de cash flow een vergelijking op te nemen tussen het huidige boekjaar en het vorige boekjaar. Tijdens de les hadden we dit niet gezien; we hadden enkel de rendabiliteit van het eigen vermogen op basis van de cash flow vergeleken met de rendabiliteit van het eigen vermogen op basis van de winst van het boekjaar na belastingen. De leerlingen, die het huidige boekjaar met het vorige boekjaar hadden vergeleken, hadden wel geen evaluatie gemaakt van wat we in de les hadden gezien. Toch vond ik dat het nodig was om deze leerlingen enkele punten te geven omwille van hun eigen inbreng. Dit vonden ze positief. De leerlingen moeten immers leren om zelfstandig te kunnen werken. Hieruit kan ik dus besluiten dat je niet enkel in de klas, maar ook bijvoorbeeld tijdens het verbeteren van toetsen kunt aandacht hebben voor de visie van de leerlingen. Op deze manier stimuleer je ze om mee te werken en mee te denken.
De opdracht van de toets vind je hier.

Terug naar boven

  1. Het gebruiken van stemintonatie

Alhoewel ik tijdens deze les probeerde om meer stemintonatie te gebruiken, lukte dit niet echt optimaal. Dit is een punt dat ik zeker moet meenemen naar de volgende lessen om aan te werken. De reden, dat dit mij moeilijk ligt, is het feit dat het niet in mijn karakter ligt om af en toe mijn stem te verheffen. Toch zal ik moeten proberen om dit te oefenen, want dit zal er toe bijdragen om toch wat kordater op te treden.

Terug naar boven

  1. Het inlassen van een bewuste stilte bij het begin van de les tot ik de aandacht volledig op mij heb gericht.

In deze klas was het opnieuw nodig dat ik de volledige stilte had bij het begin van de les. Als dit niet zo was, dan bleven deze leerlingen praatten. Vooraleer te starten met de les besloot ik deze leerlingen wel wat te laten afkoelen. Het eerste lesuur hadden ze sport gehad en dit heeft ook een invloed op het lesgebeuren. Ik heb hen dan even gevraagd wat ze hadden gedaan. Ze hadden aan discuswerpen gedaan. Ik ben daar dan heel eventjes op ingegaan. Tijdens de les zelf heb ik ook enkele stiltes moeten inlassen. Misschien lag dit aan het feit dat ik hen tijdens deze les geen plaatsen had toegewezen. De leerlingen hadden zelf mogen kiezen en zaten dus opnieuw naast hun ‘praatvriendje’. Het inlassen van deze bewuste stiltes op ogenblikken dat de leerlingen echt teveel aan het praten gingen, was echt wel effectief. Toen ik als leerkracht vooraan te lang stil bleef, stopten ze ook met praten en letten ze opnieuw op. Waar ik wel nog aan moet werken is het aan het feit, dat ik tijdens het inlassen van deze bewustere stiltes, wat kordater moet overkomen. Mijn mentor stelde dat ik nog "wat bitcherig" moest leren zijn.

Terug naar boven

 

©2007

privacy
disclaimer

contacteer de webmaster

Vorige paginaVolgende pagina